GELDIGE (MILIEU)VERGUNNING EN TOCH ONRECHTMATIG

De bezitter van een onherroepelijke (milieu)vergunning mag erop vertrouwen, dat de vergunning het recht geeft om overeenkomstig die vergunning het bedrijf te runnen. Ook mag ervan worden uitgegaan dat de gemeente ook de belangen van bijvoorbeeld de buren, dan hebben meegenomen.

Toch geeft een vergunning geen absolute garantie tegen schadeclaims. Zo zijn voorbeelden bekend, dat een legale uitbreiding van een veestal dichtbij de woning van de buren door de rechter als onrechtmatig werd aangemerkt door de toch wel ernstige geluidsoverlast en geurhinder. Ook kan een verleende bouwvergunning strijdig zijn met het burenrecht.

Met ander woorden: het handelen in overeenstemming met een vergunning vrijwaart niet in alle gevallen voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad.

Het antwoord op de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval. Ook speelt bij deze beantwoording de vraag naar de mogelijkheid – mede gelet op de daaraan verbonden kosten – en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen.

Het zal in zijn algemeenheid dan ook vooral moeten gaan om ernstige gevallen van blijvende hinder en overlast door een bedrijf van niet korte duur, ook al is een vergunning verleend.

Piet Sipma

KAN IK ZOMAAR GETUIGEN MEENEMEN NAAR DE RECHTBANK?

In een gerechtelijke procedure kunnen verklaringen van getuigen voor het bewijs erg belangrijk zijn. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld een pachtkwestie, een kwestie over een recht van overpad of problemen met een leverancier over de betaling van een nota.

Vaak verwachten partijen, dat getuigen bij een zitting meegenomen kunnen worden naar de zitting en dat de getuigen dan hun verhaal kunnen doen. Dat is echter niet het geval.

De rechter zal pas na een eerste zitting beslissen of aan partijen de gelegenheid wordt gegeven om getuigen te laten horen bij de rechter. Daarvoor wordt dan een aparte zitting gepland. Lang niet altijd vindt de rechtbank dat het horen van getuigen nodig is.

Verklaringen van getuigen bij de rechter kunnen alleen maar tot bewijs dienen over wat de getuigen zelf hebben waargenomen, dus wat de getuige zelf heeft gezien en gehoord. Vaak geven getuigen ook hun mening over wat hij/zij hebben gezien of gehoord, maar dat kan niet tot bewijs dienen.

Piet Sipma

MAG MIJN BUURMAN MAAR DOOR GAAN MET HET TEGEN MIJ PROCEDEREN?

Iedere burger die denkt dat tegen hem onrechtmatig is gehandeld, dat er afspraken niet zijn nagekomen of vindt dat de buren ten onrechte een vergunning hebben gekregen, kan daartegen opkomen. Hij kan dan bezwaar maken tegen een bestuursrechtelijke vergunning, als hij vindt dat die niet verleend had mogen worden. Ook kan en mag de buurman iedere keer naar de burgerlijke rechter stappen als hij vindt dat hem op één of andere wijze onrecht is aangedaan.

Het maakt niet uit of het voor een ieder weldenkend mens overduidelijk is dat de buurman een volstrekt kansloze zaak heeft of dat de zaak zodanig nietszeggend is, dat de kosten van procederen in geen enkele verghouding staat met het financieel belang van de zaak (als die er al is).

Alleen als kan worden aangetoond dat iemand misbruikt maakt van het procederen tegen iemand,  kan in uitzonderlijke gevallen de civiele rechter een verbod opleggen om wederom een procedure te starten tegen een bepaalde persoon of organisatie.

Piet Sipma

TROUWEN NA 1 JANUARI 2018

Vanaf 1 januari 2018 trouw je onder huwelijkse voorwaarden oftewel een beperkte gemeenschap van goederen. Wat houdt dit in?

Bezittingen en schulden welke er waren voor het huwelijk blijven voor degene zelf. Dit kan zijn spaargeld, de privérekening, een studieschuld. Ook een eigen bedrijf dat voor een huwelijk door één van de echtgenoten is gestart, hoeft bij echtscheiding niet qua waarde te worden verdeeld.

Erfenissen en schenkingen vallen eveneens niet in de gemeenschap. Het maakt daarbij niet uit of de erfenis of de schenking is ontvangen tijdens het huwelijk of ervoor.

Voor het overige blijft de gemeenschap van goederen bestaan. Wat samen tijdens het huwelijk wordt verkregen dan wel schulden welke tijdens het huwelijk ontstaan, moeten bij echtscheiding worden verdeeld. Ook bezittingen welke voor het huwelijk gezamenlijk zijn verkregen moeten bij helfte worden verdeeld.

Bij een echtscheiding zal er moeten worden beoordeeld welke schulden en bezittingen er waren voor het huwelijk. Ook zal er moeten worden bekeken welke erfenissen en schenkingen er zijn verkregen.

Om alles zo goed mogelijk vast te leggen is van belang dat er duidelijk voor het huwelijk wordt omschreven dan wel stukken worden bewaard waaruit blijkt welke bezittingen en schulden wie van de echtgenoten toebehoort. Gebeurt dit niet dan kan dit nadelige gevolgen hebben: is er geen bewijs dan wel niets omschreven, dan wordt het goed dan wel de schuld geacht beide echtgenoten toe te behoren. 

Baukje Dijkstra

U BENT GEDAGVAARD EN DE IN DE DAGVAARDING GENOEMDE TERMIJN IS VERSTREKEN, WAT NU?

Er wordt dan zogenoemd verstek verleend. Dit gebeurt wanneer een partij niet in de procedure verschijnt, zich niet via een advocaat stelt of niet (tijdig) het griffierecht (kosten van de behandeling van een procedure door de rechter) betaalt. De rechter wijst het verstek toe en wijst daarmee de vordering van de eiser toe. Enkel wanneer de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt wordt deze afgewezen. Dit komt echter bijna nooit voor.

Men kan het verstek zuiveren: een gedaagde kan, zolang het eindvonnis nog niet is gewezen, alsnog in het geding verschijnen of het griffierecht voldoen.

Indien er al een verstekvonnis is gewezen en een gedaagde bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet worden ingediend binnen vier weken nadat het vonnis of de tenuitvoerlegging van het vonnis aan hem bekend is.

Door het verzet wordt de procedure als het ware weer heropend: de verzetdagvaarding wordt gezien als een reactie op de eerder door eiser ingediende dagvaarding.

Baukje Dijkstra

MAATSCHAPSCONFLICTEN

Veel landbouwbedrijven worden in maatschapsverband geëxploiteerd. Helaas komt het nog wel eens voor dat maten ruzie krijgen, verdere samenwerking onmogelijk is en een conflict ontstaat wie het bedrijf mag voortzetten. Veel maatschapscontracten bevatten een arbitragebeding, dat wil zeggen: alle geschillen worden beslist door arbiters.  Elke partij  wijst een arbiter aan en zij  benoemen een derde. Arbiters bepalen de procesorde en beslissen  naar redelijkheid.

De procedure is dat elke partij  een  processtuk indient, waarna een mondelinge behandeling volgt. Belangrijkste geschilpunten zijn wie het bedrijf mag overnemen en tegen welke waarde. De vraag wie het bedrijf mag voortzetten is ook voor arbiters vaak lastig te beantwoorden.

De inhoud van het maatschapscontract is natuurlijk van groot belang. Wanneer partijen zodanig ruzie hebben, dat verdere samenwerking niet meer mogelijk is zullen arbiter de maatschap ontbinden.

Maar: wie mag voortzetten? De bepaling, dat diegene mag voortzetten, die geen schuld heeft aan de ruzie, heeft weinig betekenis, omdat beide partijen vaak schuld hebben. Arbiters kijken dan naar andere factoren, zoals opleiding en ervaring van de maten; financiële situatie van de maten en persoonlijke omstandigheden. Op grond van al deze omstandigheden zullen arbiters dan de lastige beslissing moeten nemen wie het bedrijf mag voortzetten.

De volgende vraag is tegen welke waarde de maat het bedrijf mag voortzetten. In veel contracten staat, dat het bedrijf kan worden overgenomen tegen agrarische waarde. De agrarische waarde is de waarde waartegen een nog juist lonende exploitatie mogelijk is. Ook de hoogte van deze agrarische waarde is vaak een bron van discussies als arbiters de hoogte moeten vaststellen.

Onno Struif